Vraag & antwoord

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat we de hoeveelheid broeikasgassen binnen 10 jaar flink terug te brengen. In 2030 bijna de helft minder CO2 dan in 1990. In 2050 een CO2-uitstoot van bijna nul. Er staan veel maatregelen in het Klimaatakkoord. Fabrieken gaan anders werken en boeren treffen maatregelen. We rijden steeds meer elektrisch, besparen zoveel mogelijk energie én we gaan meer energie duurzaam gaan opwekken. Tot 2030 kan dat vooral met zonnepanelen en windmolens. Windenergie opwekken gebeurt voor het grootste deel op zee. Dat is niet genoeg om ons doel te halen. Daarom is in het Klimaatakkoord afgesproken, dat ook op land zonne- en windenergie opgewekt wordt.

In de RES werken overheden, inwoners, bedrijfsleven, netbeheerders, energiecoöperaties en maatschappelijke organisaties met elkaar samen. Gezamenlijk onderzoeken we de mogelijkheden voor het opwekken van duurzame energie op land.

RES staat voor Regionale Energie Strategie. Met een RES maken de samenwerkende overheden en maatschappelijke partijen in een regio - in ons geval de regio Midden-Holland - een plan hoe zij in gezamenlijkheid invulling kunnen en willen geven aan de energietransitie. Bij die energietransitie staan twee sporen centraal: 1. hoe en waar kunnen en willen we in Midden-Holland gaan voorzien in opwek van hernieuwbare elektriciteit met zon en wind en 2. hoe kunnen en willen we de gebouwde omgeving gaan voorzien van duurzame warmte i.p.v. aardgas.

In een RES wordt beschreven waar zoekgebieden en/of zonne- of windprojecten wel of juist niet kunnen komen. En wat de impact daarvan is op de energie-infrastructuur. Er staat ook in met welke warmtebronnen wijken en gebouwen het beste duurzaam verwarmd kunnen worden. Bij deze keuzes worden ook inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen betrokken.

In de RES 1.0 zijn ‘zoekgebieden’ aangewezen die geschikt zijn voor het grootschalig opwekken van duurzame energie uit zon. In de regio Midden-Holland zijn dit voornamelijk locaties voor zon op grote daken en zon op land. In ‘reserve-zoekgebieden’ zijn locaties aangewezen voor energie uit wind.

We streven ernaar om in Midden-Holland 0,435 TWh aan duurzame elektriciteit op te wekken met zonne- en windenergie. Dat is 1,24 procent van het landelijke doel van 35 TWh. Omgerekend zijn dat ongeveer 67 windmolens of 544 ha aan zonnevelden (1 hectare is 2 voetbalvelden). Omdat Midden-Holland 1,24 procent van de energie gebruikt in Nederland, is dit een eerlijke bijdrage. In de concept-RES leggen we de berekening verder uit. Bekijk hier de concept-RES

Uit de monitor van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) van de 30 concept-RES-en (september 2020) blijkt dat het doel van 35 TWh in 2030 binnen de benoemde bandbreedte valt. Maar ook dat dit nog niet vast staat. Het vraagt om een grote inspanning van veel verschillende partijen met soms tegengestelde belangen. Het zijn lastige, vaak politieke keuzes in gemeenten, in de regio’s en op nationaal niveau. Er blijven nog de nodige afwegingen te maken zoals: past het op het energienet? Wat is de uitkomst van het gesprek met bewoners, wat is het maatschappelijk en politiek draagvlak? Wat is de impact op de ruimte, de natuur en het landschap?

De gemeenteraden in de regio, Provinciale Staten van Zuid-Holland en de algemeen besturen van de drie betrokken waterschappen besluiten voor 1 juli 2021 of ze akkoord zijn met de RES 1.0. Omdat er veel ontwikkelingen zijn op dit gebied, wordt de RES iedere twee jaar vernieuwd.

Ja. Via verschillende online vragenlijsten, kansentafels en een webinar. De oproepen hiervoor zijn verzonden via de krant, de website en de sociale media van de gemeenten. Ook richting de RES 2.0 zullen inwoners weer actief betrokken worden. Wanneer er weer nieuwe participatiemomenten gepland zijn dan wordt u onder andere via deze website op de hoogte gehouden.

In de toekomst kunt u niet alleen meedenken. U kunt ook mee investeren in energieprojecten die voortkomen uit de RES. Op korte termijn starten de energiecoöperaties en duurzaamheidsplatformen van bedrijven acties voor het leggen van zonnepanelen op bedrijfsdaken. Hierin kan de omgeving participeren.

Iedere regio in Nederland moet een energieplan maken en elke regio heeft zo zijn eigen mogelijkheden en beperkingen. Ook Midden-Holland. Midden-Holland wil 0,435 TWh aan duurzame elektriciteit gaan opwekken. Dit kan met windmolens en zonnepanelen. Daarmee leveren we een eerlijke bijdrage. Het staat in verhouding tot de elektriciteit die wij zelf gebruiken. Waar we de energie precies gaan opwekken hangt af van de steun van inwoners, de ruimte en de invloed op het stroomnet.

Een groot deel van de regio Midden-Holland ligt in het Groene Hart. Op zich zouden daar (grote) winmolens langs de snelwegen of bijvoorbeeld langs de Lek kunnen worden geplaatst. Maar vanwege de beperkingen van bijvoorbeeld weidevogel- en natuurgebieden zijn de mogelijkheden daartoe beperkt en vanwege de aantasting van het open landschap van het Groene Hart is er heel weinig maatschappelijk en politiek draagvlak voor windmolens.  In de RES zijn daarom zoekgebieden opgenomen voor zon op daken, langs snelwegen en op land in agrarische gebieden en gebieden die door woningbouw gaan veranderen. Er zijn ook reservezoekgebieden voor windmolens opgenomen, maar deze komen pas in beeld als de doelstelling met zon niet wordt gehaald of als er zich initiatieven voor windprojecten aandienen waar wel draagvlak voor is.

Volgens een schatting van het Nationaal Programma RES NP RES kunnen we 0,637 terawattuur (TWh) zonne-energie opwekken op grote daken in Midden-Holland. Niet elk dak is geschikt of kan helemaal vol worden gelegd met zonnepanelen. NP RES heeft daar voor een deel rekening mee gehouden. Of het echt lukt om 0,637 TWh op te wekken op daken, hangt af van veel factoren. In 2030 willen we dertig procent hiervan hebben bereikt, met een minimum van vijftien procent. Hiervoor zijn tweehonderd tot vierhonderd grote daken in de regio nodig.

Uitgangspunt in de regionale samenwerking is dat iedere gemeente een redelijk en evenredig aandeel heeft en neemt in de gezamenlijke opgave van de energietransitie. Als richtlijn voor die verdeling wordt het huidig elektriciteitsgebruik per gemeente genomen, dat het volgende beeld laat zien:

  • Bodegraven-Reeuwijk 0,064 TWh
  • Gouda 0,108 TWh
  • Krimpenerwaard 0,087 TWh
  • Waddinxveen 0,079 TWh
  • Zuidplas 0,096 TWh.

Maar hoe de opwek uiteindelijk wordt verdeeld over de vijf gemeenten, ligt nog niet vast. Dit hangt af van de steun van inwoners, geschikte locaties, kosten en het elektriciteitsnet. Met al die factoren is rekening gehouden bij het bepalen van zoekgebieden in de RES 1.0. De komende jaren gaan we de mogelijkheden binnen zoekgebieden verder onderzoeken en vertalen naar concrete locaties voor energieprojecten. Bent u benieuwd naar de zoekgebieden in uw gemeente? Bekijk dan de kaart

De RES richt zich eerst op technieken die op korte termijn, voor 2030 op grotere schaal inzetbaar zijn en dat zijn wind en zon.

Het duurt erg lang om een kerncentrale te bouwen Bovendien zijn de totale kosten ervan aanzienlijk hoger dan bij zon- en windenergie. Ook zijn er vragen rondom veiligheid van kernenergie en radioactief afval. Met waterstof kunnen we energie bewaren, maar niet opwekken. Om waterstof te maken hebben we juist veel energie nodig. Ook lukt het waarschijnlijk niet om voor 2030 genoeg waterstof te maken om alle energie voor verwarming van bijvoorbeeld woningen en kantoren te kunnen inzetten. Het gebruik van waterstof is dus op termijn wel interessant in de energietransitie als geheel, maar het is (nog) niet relevant voor de RES.

Naast de RES werkt iedere gemeente aan een plan om gebouwen aardgasvrij te maken. Alle gebouwen gaan stap voor stap over op duurzame energie. Dit doet elke gemeente in de Transitievisie Warmte. Soms kunnen gemeenten hierin met elkaar samenwerken. Dat regionale deel bekijken we in de RES. Bijvoorbeeld door aan te sluiten op een warmtebron van een buurgemeente. Of om aan te sluiten op de restwarmte uit de haven en industrie van Rotterdam. In de RES bekijken we dus alternatieve-warmtebronnen voor aardgas en hoe we die warmte mogelijk kunnen uitwisselen.

De RES 1.0 betekent niet het einde van het traject. Na de vaststelling van de RES 1.0 werken regio’s toe naar de uitvoering. De zoekgebieden uit de RES 1.0 worden tot aan 2030 samen met de betrokken partijen en inwoners van de regio verder uitgewerkt in concrete energieprojecten. Ambities worden vastgelegd in ruimtelijk beleid, plannen en vergunningen. In 2023 bekijken we de voortgang van die plannen en kijken we naar nieuwe ontwikkelingen en technieken. Dan bekijken we bijvoorbeeld wat biogas, waterkracht, opslag van energie, waterstof en kernenergie voor de regio kunnen betekenen.

Heeft u geen antwoord kunnen vinden op uw vraag? Stuur dan een e-mail naar res@regiomiddenholland.nl.